Beveren a/d Yzer een rustgevend dorpje in de polders gelegen tussen de West vlaamse heuvels en de Noordzee.Een weelde van rust vindt men hier terug.Reeds in 1.350 werd in bronnen melding gemaakt over de ABDIJ ONZE LIEVE VROUW te Roesbrugge die de molen kocht rond 1.350.De molen werd in 1.558 in brand gestoken maar terug opgebouwd.
Op 26 februari 1.644 werd de nieuwe molen tijdens een storm omver geworpen.De wederopbouw kostte toen de abdij 895 guldens.Rond het midden van de 18de eeuw werd de molen door de Dames van Roesbrugge verkocht aan een zekere Heer Decandt.Die brak de molen af om een nieuwe staakmolen te bouwen,maar deze kwam aan zijn einde weer door storm op12 juni 1862.Deze keer werd de molen herbouwd als een stenen bovenkruier.De rode bakstenen werden per boot langs de Yzer aangevoerd en gelost op de molen kaai 200 meter van de molen gelegen.
In 1.908 lieten de DUFLOOS de molen uitrusten met een ijzeren windrad.Henri Hoflack molenbouwer uit Zonnebeke verving toen de kap en de wieken door een zelfkruiend ijzeren windrad,destijds bekend als EOLIENNE.Dit systeem dat reeds in Boulogne bestond maakte een sterke indruk.Boven werd de romp dicht gemetseld en op een horizontale as van 4m 50 een wiel bevestigd van 12 meter.Aan dit wiel waren 48 beweegbare schoepen.Het wiel werd door 2 windrozen in de wind gehouden.De praktijk bleek echter weer eens de theorie niet te bevestigen.Nadat het windrad in 1.924 zwaar beschadigd werd door een storm,werd ter plaatse opnieuw een kap en wiekenkruis gezet.
De molen bleef beroepsmatig in bedrijf met windkracht of werd aangedreven door een traktor langs de onderaandrijving.
Het zag er naar uit dat er aan een lijdensweg van verder verval begonnen was.Daarom werd er besloten het molenhuis met bouwvallige molen op drie kwart Ha.grond te koop aan te bieden.Hierover verscheen in “De Standaard” een advertentie.Een oprust gesteld legerofficier besloot die molen te restaureren aangezien de molen en de omgeving prachtig waren.Op dit ogenblik waren de muren van de molen doordrongen met water de steunbalken in de muren rot. De koper vroeg aan Pr.ir.VAN GEMERT van de KUL departement bouwkunde een verslag na inspectie op te stellen.De zes ton zware drie koppelstenen kon men indien geen dringende werken ondernomen worden naar beneden vallen!Eigenaar Henri Gustin vroeg daarvoor een financiele tussenkomst van 1.000.000 Bef aan Minister WALTNIEL en de vernieuwing van de binnenmuren eiken steunbalken werden door de firma Wieme gedaan.Om de molen terug maalvaardig te maken werden door Minister SAUWENS een subsidie van 3.000.000 Bef toegewezen.Het deel van de eigenaar bedroeg 2.000.000 Bef.Al die werken waren uitgevoerd in 1.994,door de firmas PEEL, VAN LEENE molenwerk, CATTEUW metselwerk. Het bouwvallig molenkot moest afgebroken worden en opnieuw gebouwd. Het werd van een pannendak voorzien.
De eigenaar met de hulp van de plaatselijke boerenbond kon zo toeristen op bezoek ontvangen en de werking van de draaiende molen uitleggen. Een huifkar van Michel Lermyte uit Stavele bracht ze ter plaatse.De provincie zorgde voor de nodige uit te delen documentatie.Scholen vroegen ook om te komen en de leerlingen gaven blijk van belangstelling.
De molen werd door de koning BOUDEWIJN stichting beloond en als merkwaardig monument aanzien. Met hulp van de plaatselijke boerenbond werden 3daagse feesten jaar 2000 georganizeerd.Dit bracht nog meer bezoekers naar de molen.
Henri Gustin is de redder van de BROUCKMOLEN.
De eigenaar om ouderdom redenen besloot de vernieuwde molen en herstelde bijgebouwen te koop aan te bieden.Voor bijkomende vervanging van de kleine spruiten en schorren en bijkomende werken zorgde hij eerst voor het bekomen van een laatste subsidie,koos de Heer DELEU als architekt en kwam overeen met Monumentenzorg om die bijkomende hulp aan de koper over te maken.
Een koppel stenen bevond zich vroeger op het beneden verdiep voor de toegemedselde zuidelijke ingangsdeur!Dit was zeer gevaarlijk als het kruis moest passeren door de overgebleven ingangsdeur.Alphonse Dufloo destijds molenaar had echter hiermee geen moeite,zelfs met een zak graan of meel op de rug schoof hij onmiddellijk binnen of buiten nadat een wiek voorbij was….Het koppel stenen op het beneden verdiep werd bij de aanvang van de restauratie tussen 1990 en 1994 weg gebracht en de zuidelijke deur weer gezet en ingemetseld .
Het ontkoppeling systeem op de ijzeren standaard boven laat toe de standaard voor boven aandrijving te ontkoppelen.De lanteern van het vangwiel ,konisch met ijzeren spillen ,zit vast op een heel kort stuk standaard die op de kapzolder in een sporrepot draait.Er onder en er om heen komt het kroonstuk van de eigenlijke volledig ijzeren standaard.Een paar kleppen ,die eindigen op een haak en die vast zitten aan het korte stuk standaard,kunnen in het kroonstuk van de eigenlijke standaard naar believen ingelaten of uitgelicht worden.Zij maken de aan of loskoppeling met de krachtbron mogelijk.Zo kan de windkracht op normale wijze over gebracht worden.Op de maalzolder kan men met een speciale krik die ter beschikking ligt,de steenschijven een beetje op heffen zodat de onder steunende goupille kan uitgetrokken worden.Dit kamrad kan een kambreedte gezakt worden tot beneden het aangrijpingspunt met het spoorwiel.